NOG GEEN ENKEL WOORD IS VERSCHENEN OF HET GEDICHT KLINKT AL

Stond in het tweede nummer van De Zingende Zaag een eerste nog ongepubliceerde brief van J.C. Bloem, het derde nummer geeft de afloop. (...) Ook nu weer bevat het blad beeldende kunst. (...) Verder geen essays, geen polemieken maar poëzie. Dat kan overigens polemisch genoeg zijn. Redacteur George Moormanns gedicht Voor zover ik weet  is een lange gemystificeerde litanie. (...) Poëzie die zich onder meer verzet tegen de oprukkende beschaving: “wat is dat ‘macro-economische/ grootheden’? zijn dat goden die ons bespuwen,/ wij de straatventers, de ketellappers, de kappers,/ de huisbedienden, de prostituées en dichter-zangers?” Was het vorige nummer doordrenkt van weemoed, in de poëzie van deze aflevering kruipt wat meer verzet
en angst binnen.
Louis Houët - de Volkskrant

Ingetogen poëzie van het alledaagse en af en toe een wilde gooi naar het hogere.
Margot Engelen - NRC Handelsblad, 4 juli 1989.

Gedichten van Pieter Boskma, Carlos Drummond de Andrade, Louis Ferron, Doro Franck, J.H. van Geemert, Pieter A. Kuijk, Gerry van der Linden, K. Michel, George Moormann, Eugénie de Munck en Rogi Wieg.
•Brief van J.C. Bloem aan Piet Harting.
•Beeldbijdrage: Plecotus Auritus, foto en gordijnstof op rood karton van Kars Persoon.
De Zingende Zaag op Locatie: Athenaeum Boekhandel - Haarlem, 23 juni 1989 [met onder andere Jan G. Elburg, Louis Ferron, George Moormann en Eugénie de Munck]

ISSN 0922-6192 - DE ZINGENDE ZAAG 3, Juni 1989.
OMVANG: 44 pagina’s, BOEKFORMAAT: 14,7 x 20,6 cm, genaaid gebrocheerd,
OPLAGE: 250 genummerde en gesigneerde exemplaren.
(niet meer leverbaar).

Recensies:
Haarlems Dagblad 24-06-1989, NRC 04-07-1989 en de Volkskrant 01-08-1989.