In de schaduw van de oude Bavo
Aan zijn nachtelijke oevers ruikt ‚t Sant zouter
voedt de Beek wederom onze speurzin.Ik vond een doodskist met daarin
het gave skelet van een kindeen restant van een houten galg, waarvan de planken
net boven dit Marcktveld uitstakenaangekoekte lepels en messen,
en alsof dit niet genoeg was, hoorde ik juistop het moment dat ik Bilderdijk zag vliegen,
een mooi en droevig lied.Ting, dengdeng, ting dengdeng, ting deng-
deng, ting dengdengToen zag ik de spiegels van
mijn ogen drijven en bliksemsnelpal onder mijn voetzolen, vlood daar
de oneindigheid, een kakofonie van vuurpijlenlichtwormen die bij hun uiteenspatten
uitwaaierden tot steeds dezelfde herhaling.Nu maar bidden dat de hele boel zo
dadelijk ontploft: niets zo dodelijkals de magistrale eeuwigheid.
Grote Markt 11