De herfst is nog maar net begonnen

Er waait een muleta in de wind,
geen stier te zien, een klein
meisje speelt voor toreador en
roept dat Mars uit het rood van
duizend rozen, de zon, geboren
is. In haar kleverige handjes een
wikkel, aan een slogan veegt zij
haar nog roze vingers af.

Diep in haar hart zwijgt het rode
bloed. De Grote Markt als weidegrond,
Haarlem als de grenzen van het
reservaat. Het meisje denkt met spijt
aan het lieve koekoeksjong dat zij hier
verpleegde. Nu na midzomer, alleen
maant zij de zwaluwen. Op hun ruggen
bloeien witte koningsrozen.


Grote Markt