2003-01
30 jan. 2003
Haarlems Dagblad

DE STADSDICHTER

Aan dromen en grootheidswanen geen gebrek, 
de gracht- en rioolmannetjes die  hoogzomer of niet
als een kudde olifanten om de kroon heen dansen.

Vergeten zijn de bloedmaaltijden van hun zakjapanner,
glimlacht hij des te meer om de bulten en jeuk die
zulke dikhuiden doen stampen en springen,

wanneer zijn pen uit veenkussen water en mist,
colonne na colonne, bombardement na bombardement, 
de meest verfijnde werktuigen laat opstijgen

voor de  meest frisse kalligrafie op mensenhuid —
de ontregelende prikkels waarmee een veldheer zichzelf
maar ook zijn donoren op vorstelijke wijze eert.


Gedicht gepubliceerd in het Haarlems Dagblad van
30 januari 2003 ter gelegenheid van de landelijke
gedichtendag 2003.