2004-05.4
26 september 2004: Kwartiermakersfestival

Aria van de Waanzin

Gevallen engel,
ik zou mijn onrecht willen uitschreeuwen
als ik het kon in de wolken willen schrijven
maar mijn poot mijn arm is moe.

Daar wij niet meer in de stad mogen zijn
sturen ze ons naar een of ander oorlogsgebied,
verbieden bordelen, speel- en kegelhuizen,
wordt het vuur zo hoog opgestookt,

dat de vlammen zo heet en hitsig zijn
dat je alras de zotste vragen krijgt:

of ik overspel met de engel satan
zou kunnen hebben, ik ik?!

Vraag mij niet hoe ijl en dodelijk
een onstoffelijk lichaam zijn kan,
maar hoe zowel het hoge als het lage
door vleeschelijk converseren
verrot te sterven komt?!

Heet heet en hel
graaide ik in zijn blauwe lucht
en warm dat zijn vechtjas was, je dacht toch niet
dat ik dacht aan reconstructie,

de anatomie van een egel zou een stuk
moeilijker zijn dan die van een engel...

so what!
ik moest helemaal vuur worden, dacht

mijn leven niet voller. Geur van bronst,
brullend drek vermengd met het gehuil
van twaalf legioenen, en ik ik zou moeten
vragen naar de oorzaak van de dood?

Wat de betekenis van woorden is, waar
engelen dichter, vragen ze waarom:
de mussen vandaan, hoe ze leven, kwamen?
Nooit! Zal ik de zin van mijn bestaan

in wiens hand, boos, dronken, gek,
als in een spiegel, gepijnigd door de leegte,
zeker andermans engel in mijn armen dromen
vallen zoals een tak van een gewei.

knoestig rood verbrand om nooit winter
te worden. Dit gedicht is een engel,
ook dit zoeken houdt op. In lucht geen
hemel geen lichaam geen hoeve.

Als een engel valt laat niemand hem
los. Eenzaam vindt de mens zijn bestemming.

Lucht is lucht.


De gedichten Scheer je weg, Ze kunnen me meer zeggen,
De kennistest en De aria van de waanzin zijn voorgedragen
ter gelegenheid van de opening van het Kwartiermakersfestival
op 26 september 2004 in de Zanderzaal op het Klein Heiligland te Haarlem