2004-07
‘MOOI’ MARGINAAL

Sierlijk en zonder smoesjes,
tot in de teeldelen Spartaans
is het niet voor het mooi
en niet voor het gezellig

dat de marginalen hier met pakweg
honderd Olympische vrienden
in hun nakie staan uitgestald,
waar de zucht naar het schone

als avondzon de vitrines verlaat,
waar de hoge hoed van Heidelberg
in een ijzeren maar soepele buiging
het nog maagdelijk velijn maar ook

de aangeschoten memorie groet,
die je boom-zaag-boek niet hoeft
uit te leggen wat een vlammend oog
hier achter timpaan en voorstelling zoekt:

niet het bladgoud, niet de fles maar de
zware steunbalk waardoor verlost
op hoogtijdagen onze helden van de
weeromstuit huppelen, zodat hun lood

niet verzwaart maar verlicht
midden in de roos op zondag schiet.


Stadsgedicht ter gelegenheid van de tentoonstelling
Mooi Marginaal in de Gravenzaal van het stadhuis te
Haarlem voorgedragen op 29 oktober 2004