2005-03
DE STILLE TOCHT

Uit stevig eikenhout gestoken is er slechts een
die ik toelaat het wonder in mij te zien.
Toch zijn er genoeg die luid kabaal verkleed als
bruidje of kabouter mij in volle ernst wat dan ook

toevertrouwen, niet voor het kuiltje of mijn kindje
te komen maar om fanfare, om bisschops puntmuts
zijn staf en juwelen, om nog maar te zwijgen
over de prijs van de klomp goud op mijn hoofd.

Dus broeders en zusters driemaal raden
waarover zij bij het stadhuis in gebed zullen gaan
vergeven wij gelovigen en ongelovigen, de boetes
die uitstaan, het bloed op hun handen waarmee

ze instemden voor hun aflaten van niets voor
mens en milieu, edoch vergeven wij hun luide zelfbeklag
hun prijzenslag en ziekmakende automobielen
hun tweede of derde nog net niet afbetaalde boot of huis

want misdadig of niet vergeten zij nooit op tijd
schoongewassen naar processie te gaan, want nog
mooier dan sportjournaal of lotto zou het toch zijn
dat juist hún kleine met een reine glimlach wordt beloond.


Stadsgedicht voorgedragen op 5 juni 2005 in PoëzieCafé
De Zingende Zaag, Lange Begijnestraat 10 te Haarlem ter
gelegenheid van Mariaprocessie van St- Jozefkerk naar de
Waalse Kerk