2005-10
TEGENOVER DE PREEKSTOEL

Na opgang, ja zo is de zon, kust hij je als een straal ochtendlicht,
Word je bezocht door een hemelse minnaar, Adelwin of Baaf,
Hij die krijgertje met Amandus op de pilaren speelt en je zucht:
'O, kon ik maar jullie gezamenlijk valkje zijn.'

Je ontdekt neuzen en wimpers, twee knapen met bloempothaar,
Ziet de slang sidderen voor een houten kinderzwaard,
Merkt hoe een gevallen engel kop naar beneden de grond in vlucht:
Op weg naar het Woud zonder genade, einde schimmenspel.

Maar dan is er de verschooning van een goudomrande wolk,
Hij die zowel in het goede als in het kwade al zestien eeuwen
Over Baafjes zonde en schande waakt, ja zelfs goedkeurde
Dat Bavo's gebeente in zilver langs rijen begerige ogen gaat.

Daarom, nu de zon zo mooi op de pijpen danst, mag ik u bidden
O, ridder, of ik vanmiddag nog niet de cel in hoef, zodat ik lekker
Lang van mijn wellust geniet, als een collegaatje die o, tempora
O, mores van zijn edele delen geen leugen maar een degen maakt.


Toelichting: BAVO (Allowin, Adelwin, Baaf), graaf van Haspengouw,
benedictijn, heilige. Patroon van het diocees Gent, van Haarlem en
beschermer tegen kinkhoest. Wordt vaak afgebeeld als ridder in
wapenrusting met mantel, met een zwaard en jachtvalk op de linkerhand.
Zou volgens de legende in zijn jeugd zeer losbandig geleefd hebben.
Hij was volhardend in de zonde en brandde van wellust‚. Gelukkig was
daar de prediker Amandus die hem in het Woud zonder genade
(aan de oevers van de Schelde) bekeerde en hem van de dwalingen zijns
weegs terugbracht. De preekstoel in de Haarlemse Bavo is in 1679 vervaardigd.
De beide koperen leuningen tonen beide een slang met de kop naar beneden
gericht. Het zinnebeeld van de Satan die wijkt voor het Evangeliewoord dat
vanaf deze kansel gelezen wordt.