2005-11
ELSWOUTSLAAN

Op zoek naar hun eland en zijn bruin herfstmoeras
Hoor je ze al gesticulerend over Sloterdijk, Cacciari,
Agamben en Zambrano langs de Elswoutslaan gaan.
Dan stopt Hakkie voor twee felgekleurde ara’s,
Grijpt z’n bril om de beesten beter te kunnen horen
Houd z’n Godje bij de les dat je zulke vederpracht
Het beste in zwart-wit kunt tekenen, kijken de
Gentlemen toch nog een tikkeltje verrast wanneer een
Diligence stopt en een nog jonge Dickens met
Zachte ogen en lang meisjeshaar hen voorhoudt zich
Vooral niet in sprookjes te verliezen: een journalist is een
Journalist nietwaar en buiten lopen, dat ziet een kind,
Alleen maar mensen van vlees en bloed.

Kamelen bij Kraantje Lek, twintig graden in
November? Komaan laten we onder elkaar, vooral nu het
Zo’n mooi samenzijn wordt, niet overdrijven, verbergen de
Kompassen en octanten in hun foedraal, stoppen het
Vestzakhorloge waar het hoort en richten ons op de ziel
Die in oude papieren woont, buigen ons over parels
Van een bramenplukker wellicht, reducties van hoge golven,
Sterrenzang, vleugels van een reuzenkrekel en minstens
Drie lepels uit het potje zilte oneindigheid der zee.
Zaken waar je lucht van krijgt, tenminste zo lang dit
Schaarse goedje bestaat, de stilte van de blauwe morgen
De rode konen die je des avonds krijgt wanneer wij het elkaar
Voorlezen, de Sprookjes van Moeder de Gans.

Zien wij in de schittering van kristallen luchters,
In de glans van tafelzilver, in een overdaad van porselein,
Ergens in een uithoek drie Haarlemse helden hun galante
Buiging maken, bidden wij om hun goedertierenheid,
Terwijl bijna piepend de woorden onze keel ontsnappen:
‘Tsja dit is het dan, dit zootje ongeregeld maar verder
Maar verder is dan ook alles gebleven zoals het was.’


Toelichting: Dit gedicht van de Haarlemse stadsdichter
George Moormann is in opdracht geschreven van “The Haarlem Branch” 
van “The Dickens Fellowship” ter gelegenheid van de “Christmas meeting”
gehouden op 10 december 2005 in sociëteit Trou Moet Blijcken, alwaar
Moormann  zijn vers  ook reciteerde. In het gedicht wordt een sprong van
de 19e naar de 21e eeuw gemaakt. We herkennen de figuren direct: Godje
is Godfried Bomans, (met Nico Andriessen  de oprichter van “The Branch
no. 142 of The Dickens Fellowship”), Hakkie zijn grootgenootschappelijk
secretaris, de dichter, tekenaar en redenaar Harry Prenen en Dickens is
uiteraard de grote 19e eeuwse schrijver Charles Dickens. Hij die, waar of
niet waar, Overveen per diligence bezoekt en niet geheel toevallig ons beider
vrinden ontmoet.