2006-03
George Moormann
TENUE DE VILLE

Langs een fontein van champagne liep
Tout Haarlem in smoking of livrei

Welluidend en sierlijk, met afgemeten passen
In het beste laken of gefronst satijn.

Heel wat anders dan hun houterige
M’excusez getroubleerde achterklap.

Dat uitgerekend hij, de wethouder van cultuur
Geen das of hoed! Tja, Amsterdammer zeker?

Schietend van opzij, met demonischen wellust
In hun netjes afgewerkte en elegante kledij.

Wegkijkend, klaar voor de aanslag
Voor een extra hapje in de rij.

Haarlem van A t/m Z, waar conversatie
Vooral plezierig en onderhoudend is

Mooi en lief jazeker maar zelden helder én diep,
Dit gekabbel en gebabbel, hun geklaag

Dat dichters liegen maar politici misschien wel niet
Economisch met de waarheid zijn geweest

Maar nu snel naar de tap, praten over voetbal of
Salaris, brille of geest wie maalt er om?

Als je vlinderstrik maar goed zit
Als de sjampie maar stroomt,

Klaar én duister? As-tie maar met veel bellen is
Zodat het altijd powezie kan zijn. Hik!

Dit gedicht is geschreven in opdracht van de gemeente
Haarlem ter gelegenheid van het afscheid van Ruud Grondel
op dinsdag 23 mei 2006 in het Patronaat Haarlem alwaar
Moormann zijn vers voordroeg. Het  bevat onder meer een
verwijzing naar de ‘kritische hoedeninspecteur’ uit de Camera
Obscura van Hildebrand (Nicolaas Beets 1814-1903).