2006-05
PRINSENHOF

Wat je tam maakt of denkt te kennen
komt altijd terug of je het wilt of niet.

Het kwam in slalom en reed langs de
grootste boom van de stad, handen los

fiere blik over iedere tak of schouder
het rijwiel de sporen gevend van een amazone.

Hinnikende lach in zee van groen, in iedere
kroon de ingehouden adem van een kaars of lichtje

met oma’s, opa’s, duizend en een tantes en ooms
die het boze vehikel herkenden

dat meisjelief straks treffen zal: het gestaalde
licht dat zich zal breken tot onder de hartslag

van Tanja’s weelderig kastanjebruin haar dat
voorjaar na voorjaar dezelfde kleur zal houden

zijdeglans of zuiverheid die niet zal slijten
lente die niet bot maar maanziek stokt.


Het gedicht Prinsenhof handelt over de tamme
kastanjeboom op het Prinsenhof te Haarlem.
Het is opgenomen in bij Uitgeverij Passage
verschenen bundel Kastanjegedichten en op
22 september 2006, in opdracht van de
Gemeente Haarlem, voorgedragen bij de te
kappen dode boom.